Wiskundemeisjes

Ionica & Jeanine
 
Slik Internetbureau Rotterdam Internetbureau Rotterdam



Categorieën

Archief

BMI


In Column,Geschiedenis, door Jeanine

Deze column staat vandaag in de Volkskrant.

Het nieuwe jaar is net begonnen. Hoe staat het met uw goede voornemens? De mijne hebben dit jaar vooral met werk te maken (mijn proefschrift eindelijk afmaken, bijvoorbeeld), maar een van de meest voorkomende goede voornemens is een paar kilo afvallen.

weegschaal

Volgens de laatste cijfers van het CBS had in 2008 maar liefst 46,9 procent van de Nederlanders van twintig jaar of ouder overgewicht. Hierbij is overgewicht gedefinieerd met behulp van de zogenaamde Body Mass Index (BMI): je BMI is je gewicht gedeeld door het kwadraat van je lengte, waarbij je je gewicht in kilogrammen en je lengte in meters moet invullen. Wie 60 kilo weegt en 1 meter 67 lang is, heeft een BMI gelijk aan 60/(1,67)2 = 21,5.

Je hebt overgewicht als je een BMI hebt van 25 of meer. Met een BMI tussen de 25 en 30 heb je matig overgewicht, en bij een BMI van 30 of meer heb je ernstig overgewicht. Je hebt ondergewicht als je BMI kleiner is dan 18,5.

Maar wat betekent dat getal nou eigenlijk? Het is een heel rare grootheid: je deelt je gewicht (je massa, eigenlijk) door het kwadraat van een lengte. De bijbehorende eenheid is dus kg/m2. Fysiologisch gezien betekent deze grootheid helemaal niets, de BMI meet geen echt bestaande eigenschap van je lichaam.

Een ander probleem is dat de index geen rekening houdt met lichaamsbouw en vetpercentages. Een atletisch persoon met veel spieren en weinig vet is relatief zwaar en heeft een hoge BMI, want spieren hebben een hogere dichtheid dan vet. Toch wil je eigenlijk niet zeggen dat zo iemand overgewicht heeft. Ook hoe het vet over je lichaam verdeeld is, wat wel uitmaakt voor de gezondheidsrisico’s, wordt niet meegenomen in de BMI.

Waar komt die BMI dan eigenlijk vandaan?

De BMI wordt ook wel queteletindex genoemd, naar de wiskundige en sterrenkundige Adolphe Jacques Quételet (1796 – 1874). Hij was een van de eersten die statistische methoden gebruikte voor sociale fenomenen zoals criminaliteit en sterftecijfers. Daarvóór werd statistiek eigenlijk alleen maar in de sterrenkunde gebruikt.

Quetelet

Adolphe Quételet

Quételet probeerde aan de hand van metingen gegevens over “de gemiddelde mens” te verkrijgen. Hij verzamelde gegevens van een heleboel mensen en stelde een relatie vast tussen lengte en gewicht. In de Engelse versie van zijn boek staat: “the weight is in proportion to the square of the stature”, in andere woorden: over de hele populatie genomen staat het gewicht zo’n beetje in een vaste verhouding tot het kwadraat van de lengte.

In 1972 werd de queteletindex door Ancel Keys, die de invloed van voeding op gezondheid onderzocht, omgedoopt tot de Body Mass Index. Hij linkte de formule wel aan overgewicht, maar stelde ook dat de BMI alleen geschikt is voor populatiestudies en niet als diagnostisch instrument voor individuen.

Toch wordt de index daar veel voor gebruikt, vooral omdat hij zo gemakkelijk te berekenen is. Maar of je nu een officieel gezonde BMI hebt of niet: als je broeken sinds de Kerst wat strakker zitten, kan goede voornemens maken geen kwaad.

16 reacties op “BMI”

  1. Ingrid Sentse:

    Hoera, een paar jonge meiden die het snappen.
    Had ook eigenlijk niet anders verwacht van jullie,als logica deskundigen.
    Zelf probeer ik al enige tijd mensen te overtuigen van de (on)zin van getallen als het om je lichaamsgewicht gaat.
    Een beter lichaam gaat over de bereidheid er zorgzaam mee om te gaan, dus kieskeurig en matig in je menu en plezier krijgen in veel bewegen.
    Veel succes dames!

  2. Pjn:

    Het is nu een paar maanden geleden dat ik hier laatst was.
    Ik was gisterennacht in bed aan het denken over die BMI, en had dezelfde bedenkingen. Ik dacht zelf (weet niet of het juist is) dat aangezien kg analoog zal zijn aan m³, je m³/m² hebt en bijgevolg eenheid m.
    En dan dacht ik net nu, laat ik nog even kijken naar wiskundemeisjes, wat een toeval.

    De achterliggende reden is, ik dagdenk wat over hoe je de gespierdheid van bodybuilders of andere atleten kan klasseren. Ik heb enkele belangrijke variabelen gekozen: vet%, gewicht, lengte, wilks score (of andere krachtindex)
    Een persoon met 7% vetgehalte, 1m60 en 80kg zal veel gespierder zijn dan iemand met 6%, 1m80 en 75kg.
    De spieren komen echter maar tot uiting tussen 5-9% vetgehalte.
    Ik probeer nu om genoeg gegevens in te zamelen om een statistisch verklarend model te bouwen voor de "gespierdheid" van een persoon.

  3. Ionica:

    Tof dat je in het oorspronkelijk werk van Quételet bent gedoken, Jeanine!

  4. Dolf:

    Leuk stukje, eigenlijk zoals altijd ze zijn. Wat me opvalt is dat de plaatjes op deze website altijd anders zijn dan die in de krant. Waarom is dat eigenlijk?

  5. Jeanine:

    Bedankt voor de positieve reacties!

    @Dolf: dat komt doordat de plaatjes in de krant door de redactie worden gekozen en hier door ons.

  6. johan:

    De BMI is inderdaad een index die totaal voorbij gaat aan de lichaamsbouw. Een volgens mij veel betere maat voor de mate van eventueel overgewicht is de verhouding tussen taille en bilomvang. Het beeld wat een mens heeft van al of niet een goed figuur hebben wordt bepaald door de verhoudingen in omvang van de verschillende lichaamsdelen. Die moeten in proportie zijn. Meet daartoe met een centimeter de buikomvang ter hoogte van de navel en de bilomvang op het dikste deel. De verhouding tussen de buik en de billen mag bij de dames maximaal 90% zijn. Bij mannen maximaal 100%. Dit is simpel te meten en nog simpeler uit te rekenen dan de BMI. Verder is het bekend dat vooral een flinke buikomvang (lees; veel vet tussen de organen) een flinke risicofactor kan betekenen voor eventuele gezondheidsrisico's. Publiceer een leuk stukje hierover zou ik zeggen.

  7. Philip:

    Inderdaad een vrij ongrijpbaar getal, de Quetelet index. Om er toch een fysiologisch gevoel bij te krijgen helpt misschien het volgende experiment (..don't try this at home..!).
    Maak een vierkante bak met zijden gelijk aan de lengte van de proefpersoon. Vermaal de proefpersoon en vul de bak met de pulp. Als het soortelijk gewicht van het menselijk licham nu precies één was (zo zwaar als water dus) is de hoogte in millimeters van de pulp in de bak gelijk aan de Quetelet index. Preciezer (zonder de aaname): het aantal eenheden dat de pulp hoog staat waarbij één eenheid zo gekozen is dat een laagje van één eenheid dik en een oppervlak van 1 m2 precies een kilo weegt.

  8. Pjn:

    Johan: je gebruikt weer het woord overgewicht en van lichaamsbouw afhankelijke methode. Eigenlijk zou men moeten spreken van vetoverschot, want daar gaat het over. Het vetpercentage is heel nauwkeurig alleen medisch te bepalen, maar met een nauwkeurigheid tot 2% (ruim voldoende, en indicatiever dan BMI) kan men die met een huidplooimeter testen, voor het vetgehalte op de buik bestaan er zelfs genormaliseerde tabellen. Zo zie je dat bodybuilders meestal een BMI >30 hebben, wat in de zeer gevaarlijke zone is op basis van Quetelet, maar op basis van hun vetgehalte (5-8%) toch niet ongezond is.

  9. Florine:

    Link naar een serie foto's die de vreemdheid van BMI voor individuen illustreert: http://kateharding.net/bmi-illustrated/

    Wat betreft bodybuilders dacht ik dat die juist gevaarlijk weinig vet hebben - dan kan je de spieren beter zien, maar t is niet zo goed voor je lichaam.

  10. BartB:

    Als overgewichthebbende die zich de laatste tijd hard verdiept in de materie wil ik graag een lans breken voor de index.

    Het stikt namelijk van de wijsneuzen die allemaal heel hard roepen dat het eigenlijk geen goede maat is, en strikt genomen hebben ze natuurlijk gelijk. Volgens de index zijn de meeste topsporters obees.

    Maar guess what? Als jij je zorgen maakt over je lijn en je afvraagt of je nou wel of niet te dik bent, bèn je waarschijnlijk geen topsporter. Dan ben je waarschijnlijk een gewoon mens met wat neukteugels, en vraag je je af of die nou ongezond groot zijn of alleen maar lelijk.

    De QI is een handig hulpmiddel om daar met een natte vinger een slag naar te slaan. De onder medici populairdere heup-taille verhouding heeft ook zijn minpunten. Een volledige medische check-up met scans van de hoeveelheid vet rond de organen en al dat werk kost duur qua financieel geld en is voor de meeste mensen helemaal niet nodig.

    Wat ik overigens ook graag in het stukje had gezien was een uitleg waarom je nou door het [i]kwadraat[/i] van je lengte moet delen, en niet gewoon door je lengte, de derde macht van je lengte, of je lengte tot de macht anderhalf. Ik heb me dat in mijn eerste jaar ooit uit laten leggen, maar het is een beetje weggezakt...

  11. Jeanine:

    @BartB: wat betreft dat kwadraat: volgens mij is dat een ervaringsfeit, wat Quételet gevonden heeft.

    Dat gewicht zich lineair zou verhouden tot lengte zou een beetje gek zijn: dan zou een langer persoon een even grote dwarsdoorsnede hebben als een kort persoon, en dat is niet zo. Maar lange mensen blijken ook niet precies dezelfde bouw als korte mensen te hebben; het zijn geen "uitvergrote" korte mensen, dus het is ook geen derde macht. Het kwadraat schijnt redelijk te kloppen, maar er zijn ook mensen die denken dat iets als 2,3 of zo beter zou zijn.

  12. Jeanine:

    Maar inderdaad, als je een gemiddelde lichaamsbouw hebt, zittend werk doet en niet extreem veel sport is de BMI in ieder geval een indicatie of je beter iets aan je gewicht kunt doen of dat dat niet nodig is.

    Zie ook het commentaar van Marieke op dit stukje.

  13. camiel:

    En XKCD had het ook juist deze week over berekeningen met (mogelijk) niet 100% gerelateerde meetgegevens:
    http://www.xkcd.com/687/

  14. Rudy:

    Een verklaring waarom het een kwadraat is kan zijn omdat de warmte die je lichaam moet produceren om op temperatuur te blijven verdwijnt via de oppervlakte van je huid. Je gewicht is een maat voor de hoeveelheid geproduceerde warmte, je lengte in het kwadraat een benadering van de huidoppervlakte waardoor de warmte verdwijnt naar de omgeving. De eenheid van kg/m^2 is dan niet zo gek, er zal dan wel een gezond optimum zijn voor je lichaam waarbij de energiebalans blijft behouden en je op hetzelfde gewicht blijft. Teveel kilo's per m^2 en je lichaam moet z'n stofwisseling naar beneden bijstellen om de energiebalans te behouden, met als gevolg dat als je dezelfde hoeveelheid voedsel (energie) blijft eten je lichaam die energie noodgedwongen moet opslaan als vet en zo stijgt het gewicht nog meer. Te weinig kilo's per m^2 en je lichaam moet de stofwisseling naar boven bijstellen. Eet je dan niet genoeg dan zal je gewicht nog verder dalen omdat je lichaam je reserves 'opeet' in een poging om de energiebalans te behouden.

  15. Thomas van der Mark:

    Je proeft in dit stuk het gebruikelijke dédain van de wiskundige t.o.v. de meer empirisch gerichte wetenschappen, samen met een gebrek aan kennis van de fysiologie. De oppervlakte in kwestie (lengte^2) is nauw gerelateerd aan het totale lichaamsoppervlak (Body Surface Area BSA), correlatie coëfficiënt>0,99.Deze grootheid wordt algemeen beschouwd als een maat voor je basaal metabolisme. De verschillen in BMI weerspiegelen dus de veranderingen in de verhouding tussen je lichaamsmassa en je verbranding. Dat is wel degelijk van fysiologisch belang.
    De volgende alinea betreft het foutieve gebruik van een dergelijke index afkomstig uit populatiestudies. Allereerst had een definitie van een populatie moeten worden gegeven: welke personen zijn het, ziek of gezond, volwassenen of kinderen, etc. liefst aan de hand van meetbare in- en exclusiecriteria. Zo'n definitie vooraf moet een wiskundige toch als muziek in de oren klinken. Waarden afkomstig uit een goed gedefinieerde populatiestudie kunnen zeker individueel toegepast worden, maar als het individu niet voldoet aan de definities dan is dat niet geoorloofd en zonder betekenis.

  16. Verbeterhaar:

    Interessant artikel! Ik gebruik eigenlijk altijd mijn BMI om mijn gezondheid te meten. Ik ga eens kijken wat ik nog meer kan gebruiken!

    Groetjes,
    Anne

Plaats een reactie


Je kunt LaTeX gebruiken in je reactie.
Gelieve antwoorden op puzzels tussen [SPOILER] en [/SPOILER] te plaatsen.