Wiskundemeisjes

Ionica & Jeanine
 
Slik Internetbureau Rotterdam Internetbureau Rotterdam



Categorieën

Archief

Beter (wiskunde)onderwijs Nederland


In Algemeen,Nieuws,Onderwijs, door wiskundemeisjes

Gisteren zat Ad Verbrugge - de man op de foto - aan tafel bij Zomergasten.

Ad Verbrugge

Hij is voorzitter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Het doel van deze vereniging is (ik quote):

Het zo goed mogelijk tot bloei laten komen van de potenties van leerlingen en studenten door gedegen vakinhoudelijke en algemene vorming.

Verbrugge legde gisteren uit, wat hij concreet mist in het huidige onderwijs: de basis. Als voorbeeld noemde hij dat je als scholier geen prachtig werkstuk kan schrijven, als je de Nederlandse taal nauwelijks beheerst.

Hetzelfde geldt voor wiskunde, ook daar kan je alleen mooie resultaten behalen als je de basis beheerst. Beter Onderwijs Nederland heeft een aparte Kring Wiskunde. Deze kring heeft als belangrijke standpunten dat de grafische rekenmachine moet worden afgeschaft en dat er meer aandacht moet komen voor algebraïsche vaardigheden in de onderbouw. Ik raad iedereen met een hart voor onderwijs aan, om eens op hun site te kijken.

Via hun forum kwam ik een interessant artikel tegen van Herbert Wilf. Ik kende hem van de Fine-Wilf woorden* en het boek A = B dat hij samen met Doron Zeilberger schreef. In het artikel Can there be "research in mathematical education"? verdiept hij zich in een aantal artikelen en een boek die goede voorbeelden zouden zijn van "research in mathematical education". Het resultaat: in elk door hem bestudeerd onderzoek zijn zulke ernstige fouten gemaakt, dat er geen enkele conclusie getrokken kan worden uit de onderzoeksgegevens.
(Ionica)

* Op verzoek zal ik een keer hierover schrijven!

7 reacties op “Beter (wiskunde)onderwijs Nederland”

  1. Vincent:

    Wat een oorverdovende stilte weer...

    JA GRAAG IONICA!! Schrijf een keer over die Fine-Wilf Woorden! Ik brand van nieuwsgierigheid!

    Ben je trouwens weer opgeknapt? Ik hoop het!

  2. Dennis:

    Ook ik ben heel benieuwd wat Fine-Wilf woorden zijn. Schrijven dus!

  3. Ionica:

    Prima zeg! Ik schrijf volgende week een stukje over Fine-Wilf woorden. Ik ben trouwens nog niet helemaal beter, maar ik werk weer halve dagen. Mannen met witte jassen zijn op dit moment mijn bloed aan het bestuderen en hopelijk een wonderpil aan het fabriceren voor me.

  4. Machiel:

    Interessant artikel. Volgens mij is research in math education heel goed mogelijk. Het hangt er alleen van af wat je onder goed vakdidactisch onderzoek doen verstaat. Volgens mij is dat dat je heldere uitgangspunten over leren en onderwijzen van een specifieke vakinhoud, vertaalt naar lesmateriaal, en de verwachtte leerresultaten van het lesmateriaal zo concreet mogelijk formuleert. Vervolgens probeer je dit materiaal op kleine schaal uit, en evalueer je de resultaten van de test Vervolgens stel je het materiaal bij op basis van de evaluatie. Wanneer het materiaal goed genoeg is, d.w.z je verwachtte resultaten worden in voldoende mate bereikt, kan je het op grotere schaal implementeren en op grotere schaal (kwantitatief) evalueren. In veel onderzoeken zijn de uitgangspunten en verwachtte leerresultaten van nieuw lesmateriaal heel algemeen geformuleerd, zodat er altijd wel een resultaat gevonden wordt. Daarnaast blijft veel onderzoek blijft in de kleinschalige uitprobeerfase hangen, en wordt de stap naar een grotere schaal nauwelijks gemaakt.

    In veel curriculumvernieuwingsprojecten wordt vaak op grote schaal nieuw lesmateriaal geïmplementeerd, echter er wordt bijzonder slecht geëvalueerd. In een review uit 2003 over evalautiesstudies van zogenaamde STS curriculumvernieuwingen in science education, concluderen de auteurs dat in de periode 1980-1992 66 evaluatieonderzoeken over STS curriculumvernieuwingen zijn gepubliceerd. Slechts 4 van deze onderzoeken voldeden aan de criteria, die kwantitatief-experimenteel van aard waren (o.a. betrekking hadden op grootte het sample, en het gebruik van een controle groep). De conclusie van dit onderzoek was dit type curriculumvernieuwingen over het algemeen heel mager geëvalueerd worden. Dit lijkt ook op te gaan voor vernieuwingen bij de bètavakken in het VO. Bijvoorbeeld, in de vernieuwing van het scheikunde curriculum in het VO, die al zo’n drie jaar bezig is, wordt in de officiële documenten met geen woord gerept over hoe deze vernieuwing geëvalueerd kan worden. Een slechte zaak.

  5. Ionica:

    Beste Machiel, natuurlijk heb je gelijk dat onderzoek naar onderwijs best mogelijk is. Het is vooral schokkend om te zien hoe slecht het vaak wordt uitgevoerd (zie ook weer jouw eigen voorbeelden).

    Ik heb wel twijfels bij het gebruiken van kleine testgroepen, het is zo lastig om twee gelijkwaardige groepen leerlingen en leraren te vinden. Bij verschillen tussen twee testgroepen is het moeilijk om aan te geven of die verschillen inderdaad door de lesmethode komen of door toevallige factoren.

  6. Machiel:

    Hoi Ionica,

    Dat is waar. Maar waarom zou goed onderwijs-onderzoek juist experimenteel-kwantitatief van karakter moeten zijn? Resultaten van dit type onderzoek, ook als ze voldoen aan de regelen der statistiek, zijn vaak nauwelijks informerend voor andere onderzoekers en de onderwijspraktijk. Er wordt vaak enkel naar verschillen in leerresultaat gekeken, en nauwelijks naar het proces wat tot dat leerresultaat leidt. Terwijl dat proces nou het interessants is! Daarnaast lijkt me het isoleren van een enkele variabele die verschil in leerresultaat zou verklaren tussen twee groepen leerlingen onbegonnen werk.

  7. Nicolette&Sharmaine:

    HELP MEEE! K VBEN EEN SPREUKBEURT OVER WISKUNIGE KUNST HELPP MEE PLEASEE HELP MEE
    WILT U ONS HELPE EN DINGEN OPSTUREN NAAR MIJN E-MAIL.
    KUSJE NICO & SHAR

Plaats een reactie


Je kunt LaTeX gebruiken in je reactie.
Gelieve antwoorden op puzzels tussen [SPOILER] en [/SPOILER] te plaatsen.