Wiskundemeisjes

Ionica & Jeanine
 
Slik Internetbureau Rotterdam Internetbureau Rotterdam



Categorieën

Archief

Count Down


In Leestip,Onderwijs, door Jeanine

Een tijd geleden vond Ionica bij de Slegte twee exemplaren van Count Down - Six Kids Vie for Glory at the World's Toughest Math Competition, geschreven door Steve Olson. Op de voorkant van onze versie staat: the race for beautiful solutions at the International Mathematical Olympiad.

De Internationale Wiskunde Olympiade vindt elk jaar ergens op de wereld plaats. (In 2011 zal dat in Nederland zijn.) Elk land dat mee doet stuurt een team van zes middelbare scholieren naar de Olympiade. Die scholieren zijn eerst in eigen land geselecteerd (in Nederland gebeurt dat door middel van de Nederlandse Wiskunde Olympiade, die bestaat uit twee rondes en een trainingstraject voor de best presterende scholieren). Op de Olympiade krijgen ze zes opgaven.

Count Down vertelt het (misschien beter: een) verhaal van de 42e Internationale Wiskunde Olympiade, die in 2001 plaatsvond op de campus van George Mason University in Fairfax, Virginia. Bijna 500 deelnemers uit 83 landen deden mee. De auteur volgde het Amerikaanse team, dat uit zes jongens bestond.

Hij beschrijft de Olympiadedeelnemers in de inleiding als volgt:

The kids on an Olympiad team defy these brutally unfair stereotypes. Not all of them are interested in computers, science, or Star Trek. Some even claim to be not very good at mathematical calculations, at least compared with other Olympians. In fact, many of their traits initially seem antithetical to mathematics. They have deep insights into the problems they are solving. They are blindingly creative. They perceive the beauty in abstract mental constructs with an almost religious passion. And they are able to combine those traits in such a way that each trait builds on the others (though in this book I examine a different trait for each team member and each Olympiad problem).

Olson beschrijft de achtergrond van de teamleden: hoe werd hun talent voor wiskunde ontdekt? Zijn het "wonderkinderen" of hebben ze er extreem hard voor gewerkt? Hij koppelt elke deelnemer aan een eigenschap die nodig is om goed te zijn in het oplossen van problemen (inzicht, competitiedrang, talent, creativiteit, het hebben van een brede blik en verwondering) en aan één van de zes problemen die de deelnemers voorgeschoteld krijgen tijdens de wedstrijd.

Het boek is goed geschreven. Door de afwisselende perspectieven (het levensverhaal van de zes jonge mensen, uiteenzettingen over creativiteit, talent enzovoorts en de zes wiskundeproblemen) krijg je een gevarieerd beeld van de Olympiade en van de deelnemers. Gaandeweg kom je een boel te weten over het Amerikaanse schoolsysteem. Bovendien gaat de auteur in op vragen als: Waarom zijn er zo weinig meisjes op de Internationale Wiskunde Olympiade? Is talent aangeboren, of is het te ontwikkelen? Wat gebeurt er met extreem intelligente kinderen als ze ouder worden; worden ze inderdaad de leiders van hun generatie en uitzonderlijk briljante wetenschappers? Wat is een uitdagende manier om wiskunde te onderwijzen?

Kortom: een afwisselend boek vol interessante invalshoeken. En natuurlijk ook zes leuke wiskundeproblemen, die toegankelijk worden uitgelegd in de tekst, met extra informatie (helaas niet altijd een volledig bewijs) in de appendix. Olson brengt goed over hoe speels wiskunde kan zijn en hoe mooi en onverwacht elegant een oplossing soms is. Geschikt voor een breed publiek en een echte aanrader!

Een uitgebreidere recensie van Kathryn Weld staat hier. De Olympiadeproblemen zijn te vinden via deze site.

10 reacties op “Count Down”

  1. Francois Malan:

    Waar is deze boek te vinde?

  2. Erwin:

    Wat ik mij afvraag bij dat soort wedstrijden, hebben kinderen uit Anglo-Saksische landen niet automatisch een groot voordeel? Ik neem aan dat de opgaven niet worden vertaald...

  3. Erwin:

    Overigens is Engels niet zo'n probleem voor de meesten natuurlijk, maar bij wiskunde lijkt me dat dat het toch wat lastiger maakt.

  4. Oase:

    Het voordeel van wiskunde is juist dat het een formele taal is die natuurlijke taal-onafhankelijk is.

    Duitsland, China en Rusland zijn bv over het algemeen niet echt engels georienteerd maar scoren wel altijd goed.

  5. amazigh:

    Elke land mag de franse, nederlandse, chinese, japanse, arabische, ... versie kiezen.

    Dus we kunnen niet echt spreken over een voordeel voor de anglo-saksische landen.

  6. Fokko:

    Als een vaste taal gebruikt zou worden zou dat vast Russisch zijn geweest, aangezien het origineel een Oost-Europees initiatief was. Het echte voordeel dat Engelstaligen (maar ook Russischtaligen) hebben is dat de nakijkers van de organisatie je oplossing kan lezen. Maar als je gemeen bent kan dit ook een nadeel zijn, omdat ze anders moeten vertrouwen op de vertaling van de (partijdige) nakijkers uit het land van de leerling zelf.

    Mijn indruk van het boek was wel dat de deelnemers als een soort genieen worden geportretteerd, terwijl ik zelf toch het idee heb dat je niet geniaal hoeft te zijn om deel te nemen, of zelfs goed te scoren op de (internationale) wiskunde olympiade. Natuurlijk moet je wel enig talent hebben voor wiskunde, maar je hoeft bij lange na niet zo'n wonderkind te zijn als het lijkt uit dat boek. (Moraal: ook als je geen wonderkind bent, gewoon meedoen).

  7. Koen:

    Erwin schreef:
    ``Wat ik mij afvraag bij dat soort wedstrijden, hebben kinderen uit Anglo-Saksische landen niet automatisch een groot voordeel? Ik neem aan dat de opgaven niet worden vertaald…''

    De laatste link in de post [1] leert ons dat de opgaven van de afgelopen olympiade in 2007 in ~36 talen beschikbaar zijn. Ik neem aan dat dit ook het geval was bij de olympiade zelf.

    [1]: http://www.imo-official.org/problems.aspx

  8. Stijn:

    Francois: het boek is op internet op veel plaatsen te koop. Ik heb het gekocht via proxis.be.

    Zoals amazigh, Fokke en Koen al schreven: de IMO-opgaven worden vertaald naar alle talen van de deelnemers. Iedereen krijgt de opgave in twee talen naar keuze. Nederlandse en Vlaamse deelnemers krijgen dus meestal de Vlaamse én de Engelse versie van de vragen. Ook de antwoorden mogen in de eigen taal worden opgesteld. De antwoorden worden in eerste instantie verbeterd door de eigen team-leaders van elk land. Zij moeten dan die verbetering voorleggen aan de problem coordinators, en moeten met hen de score overeenkomen. Die problem coordinators spreken waarschijnlijk geen Nederlands, maar de wiskundige symbolen en benamingen zijn wel universeel genoeg om toch te kunnen zien in welke mate een oplossing correct is.

    Fokko heeft gelijk dat de zes Amerikaanse deelnemers overdreven opgehemeld worden, alsof alles wat ze aanraken in meteen goud verandert. Maar ik vond het toch een zeer goed boek. Met zijn (meestal) genuanceerde en toegankelijke stijl maakt Olson het ook voor Jan met de pet begrijpelijk hoe boeiend en uitdagend problem solving kan zijn. Toen ik zelf aan de IMO deelnam in 2005, had ik het bij veel mensen moeilijk om uit te leggen waar wiskunde olympiades rond draaien. Veel mensen extrapoleren hun eigen wiskunde-examens op school, en zien de IMO - als ze er voor het eerst over horen - als een wedstrijd voor geeky rekenwonders waar je om het snelst monsterlijke integralen moet uitrekenen. Olson slaagt er op schitterende wijze in om die muur van onbegrip te doorbreken. Ook wat mij betreft is dit boek absoluut een aanrader.

  9. Fokko:

    Zoals Stijn opmerkt zijn Nederlandse deelnemers overigens natuurlijk wel in het nadeel, omdat ze de Vlaamse versie van de opgaven krijgen en dus niet in hun eigen moedertaal ;-). Het is echt verbazingwekkend in hoeverre de Vlaamse en Nederlandse wiskunde terminologie nog verschilt (denk bijvoorbeeld aan het verschil in betekenis voor het woord positief), zodat er flink gezocht moet worden naar vertalingen die zowel in het Vlaams als Nederlands geen onduidelijkheden veroorzaken (en ik ken minstens 1 geval waar dat niet gelukt was).

  10. HJ:

    Liefhebbers moeten echt op de site van de internationale olympiade de verschillende vertalingen van de opgaven bekijken. Je ziet dan dat begrippen als lijnstuk AB, de lengte ervan, en hoeken tussen benen van een driehoek op vele manieren genoteerd kunnen worden. Onze 'formele taal die natuurlijke taal-onafhankelijk is' kent toch zijn dialecten en afspraken.

Plaats een reactie


Je kunt LaTeX gebruiken in je reactie.
Gelieve antwoorden op puzzels tussen [SPOILER] en [/SPOILER] te plaatsen.