Wiskundemeisjes

Ionica & Jeanine
 
slik hosting webhost van wiskundemeisjes.nl



Je bekijkt nu de archieven van categorie Quotes.

Categories

Archives

Archief voor categorie 'Quotes'

23-10-2009

Malcolm Gladwell gaf deze week in een interview met Time een advies aan alle jonge jounalisten.

If you had a single piece of advice to offer young journalists, what would it be?
The issue is not writing. It’s what you write about. One of my favorite columnists is Jonathan Weil, who writes for Bloomberg. He broke the Enron story, and he broke it because he’s one of the very few mainstream journalists in America who really knows how to read a balance sheet. That means Jonathan Weil will always have a job, and will always be read, and will always have something interesting to say. He’s unique. Most accountants don’t write articles, and most journalists don’t know anything about accounting. Aspiring journalists should stop going to journalism programs and go to some other kind of grad school. If I was studying today, I would go get a master’s in statistics, and maybe do a bunch of accounting courses and then write from that perspective. I think that’s the way to survive. The role of the generalist is diminishing. Journalism has to get smarter.

Dat jullie het maar weten.


Vorig jaar vertelde Bill O’Reilly op het Amerikaanse Fox News hoe vreselijk Amsterdam is: iedereen gebruikt drugs, het is een paradijs voor criminelen, het is er levensgevaarlijk, enzovoorts.

Twee Amsterdammers maakten als antwoord hierop een filmpje met wat feiten over Amsterdam, zie the Truth About Amsterdam. Eén van die feiten was: 40,3% van de Amerikanen heeft cannabis geprobeerd, tegenover 22,6% van de Nederlanders.

Het antwoord van O’Reilly: “The way they use statistics in The Netherlands is different. Plus, it’s a much smaller country.”

Dit wiskundemeisje wist niet of ze moest lachen of huilen. Gelukkig staat er op  the Truth About Amsterdam een nieuw filmpje waar het nog een keer wordt uitgelegd.




22-07-2009

In de krochten van het internet ontdekte ik Mathematical apocrypha redux van Steven G. Krantz. Het is het vervolg op Mathematical apocrypha dat ik niet gelezen heb. Gelukkig kun je het vervolg in dit geval prima eerst lezen, want de boeken bestaan uit een verzameling anekdotes over wiskundigen.


bla

Deze foto van Donald Knuth had ik al eens gezien. Maar na het lezen van Mathematical apocrypha redux weet ik dat de eerste publicatie van Knuth ooit The Potrzebie system of weights and measures was. In...juist...de Mad.


De stijl van het boek doet me een beetje denken aan de wist-je-dat rubriek in mijn schoolkrant van vroeger. Het is allemaal wat oubollig en bijna elke wiskundige wordt “zeer getalenteerd”, “eigenzinnig” of “briljant” genoemd. Soms zijn de verhaaltjes zelfs ronduit flauw. Toch is Mathematical apocrypha redux zeker de moeite waard. Op een bladzijde staan al snel drie anekdotes, waarvan er vaak minstens één aardig is. Verhalen over bekende wiskundigen (John von Neumann of Paul Erdös) worden afgewisseld met verhalen over mensen waarvan je nog nooit gehoord hebt. Ik vond het zelf erg leuk om verhalen te lezen over nog levende wiskundigen, die mensen kom je misschien nog eens tegen. Erg grappig vond ik het probleem van de vrouw van een wiskundige. Zij voelde zich nooit op haar gemak als ze tijdens een feestje tussen een groepje wiskundigen belandde, omdat ze niet wist wat ze moet zeggen. Haar man leerde haar een paar standaardzinnen en als hij een geheim teken gaf, dan vroeg ze bijvoorbeeld: “Maar hoe zit het met het oneindig-dimensionale geval?”

Ook moest ik grinniken om de lijst vragen die je altijd kunt stellen bij een wiskundig praatje – ook als je na twee slides al geen idee meer hebt waar de voordracht over gaat. Voorbeelden zijn:

  • Is er niet iets dat lijkt op Stelling 3 in het vroege werk van Gauss?
  • Kun u een reeks tegenvoorbeelden geven om te laten zien dat als één van de voorwaarden van uw hoofdstelling niet geldt, de stelling niet meer waar is?
  • Waarom zoekt u geen student om die verschrikkelijke berekeningen te doen die u noemde bij Stelling 1 in het geval n=4?
  • Wanneer kunnen we uw definitieve boek over dit onderwerp verwachten?

Tenslotte nog een fijne quote van Bertrand Russell, de rest van het boek moeten jullie vooral zelf lezen!

When Bertrand Russell had, by his second wife, a first child, a friend accosted him with “Congratulations, Bertie! Is it a girl or a boy?” Russell replied, “Yes, of course, what else could it be?”


Statistiek

In Nieuws, Onderwijs, Quotes, door Ionica
03-07-2009

Tja, statistiek… Rechters, artsen, sociologen, wie hebben er eigenlijk geen moeite mee? En dat terwijl het juist interpreteren van gegevens zo ontzettend belangrijk is.

After all, facts are facts, and although we may quote one to another with a chuckle the words of the Wise Statesman, “Lies – damned lies – and statistics,” still there are some easy figures the simplest must understand, and the astutest cannot wriggle out of.
Leonard Courtney

Er is goed nieuws: vanaf volgend jaar begint in Nederland de Masteropleiding Statistical Science. Voor iedereen die later statistiek nodig heeft.

I keep saying the sexy job in the next ten years will be statisticians. People think I’m joking, but who would’ve guessed that computer engineers would’ve been the sexy job of the 1990s? The ability to take data – to be able to understand it, to process it, to extract value from it, to visualize it, to communicate it – that’s going to be a hugely important skill in the next decades…
Hal R. Varian, Google’s Chief Economist


statistiek

Na deze master heb je een grondige kennis van statistische methoden en kun je die toepassen in verschillende onderzoeksgebieden. De opleiding is een samenwerking tussen verschillende instanties: zowel uit wiskundige als medische/biologische hoek. Statisticus Richard Gill noemt de master `een droom die uitkomt’.

Studenten kunnen vanuit verschillende bachelors instromen, de eis is dat je minstens één inleidend en een meer geavanceerd vak over kansrekenen of statistiek hebt gevolgd. Kijk voor meer informatie op de website. De wiskundemeisjes hopen dat de nieuwe opleiding een succes wordt!


In New Scientist staat een leuk interview met comedian Dara O’Briain. Hij blijkt vroeger mathematische fysica gestudeerd te hebben. Hier zie je Dara in actie bij QI.



A degree in mathematical physics is pretty hardcore. Why did you choose that course?

I was just a nerd – I was insanely in love with maths and theoretical physics when I was a teenager and wanted to learn more about it, although I think there was an element of teenage boy bravado in choosing what was clearly a ridiculously difficult degree. But I was good at it. When you’re a dweeby 17-year-old, finding it difficult to talk to women, don’t underestimate the appeal of having a world where you can think: “At least I’m good at this”.

[...]
Do you think there’s a science to being funny?

You advance in maths by comparing the properties of one thing with the properties of another and you notice similarities in behaviour. Comedy isn’t dissimilar to that, in terms of when you write a joke you look at the properties of one thing and you say, “Isn’t this a bit like this other thing?” Then you use those properties to make the first thing look ridiculous. But I’m not saying do a maths degree because it’ll make you a better comedian. Do a maths degree because you really love the rules of integration.

Lees de rest van het interview voor Dara’s tirades over homeopathie en Goji bessen.


20-04-2009

Zoals onlangs beloofd: iets meer over Edsger W. Dijkstra. Deze column verscheen eerder in Technisch Weekblad, vakblad voor hogeropgeleide technici en bèta’s.

Vijftig jaar geleden publiceerde Edsger Dijkstra zijn kortstepadalgoritme. Daarom een kleine ode aan de in 2002 overleden Dijkstra, iemand waar we als Nederlanders best wat trotser op mogen zijn. Dijkstra was een van de eerste programmeurs van Nederland. Toen hij in 1957 trouwde, werd het beroep computerprogrammeur door de burgerlijke stand nog niet erkend en uiteindelijk gaf hij maar `theoretische natuurkundige’ op.

Zijn beroemdste resultaat is het kortstepadalgoritme, dat de kortste verbinding vindt tussen twee knopen in een graaf (een verzameling punten waarvan sommigen verbonden zijn). Denk bijvoorbeeld aan het vinden van de kortste route tussen twee steden. Het slimme van Dijkstra’s algoritme is dat het niet alle mogelijke routes met elkaar vergelijkt, maar dat het stap voor stap de kortst mogelijke afstanden tot elk punt opbouwt. In de eerste stap kijk je naar alle punten die vanaf het beginpunt te bereiken zijn en markeer je al die punten met de afstand tot het beginpunt. Daarna kijk je steeds vanaf het punt dat op dat moment de kortste afstand heeft tot het beginpunt naar alle punten die je vanaf daar kunt bereiken. Als je een buurpunt via een nieuwe verbinding op een snellere manier kunt bereiken, schrijf je de nieuwe, kortere afstand tot het beginpunt bij zo’n punt. Zo ga je steeds een stukje verder tot je alle punten hebt gehad en je de kortste route tot het eindpunt hebt gevonden.

dijkstra

Als je het algoritme even op een servetje probeert, dan is is het zo eenvoudig dat je je afvraagt waarom je het niet zelf hebt bedacht. Dijkstra vond het zelf ook een beetje gek dat zijn naam en faam voor een groot deel gebaseerd waren op een algoritme dat hij bedacht als demonstratie voor een computer. Hij bedacht het kortstepadalgoritme zonder pen of papier op een zonnig terras terwijl hij met zijn vrouw een kopje koffie dronk.


dijkstra

Dijkstra verzon nog veel meer dan dit algoritme en hij had ook sterke visie op wat informatica zou moeten zijn. Honderden brieven, essays en andere handgeschreven teksten van Dijkstra staan op internet (E. W. Dijkstra Archive). Elke tekst heeft de code EWD (van Edsger W. Dijkstra) en een nummer, EWD1213 is bijvoorbeeld een inleiding bij een cursus analyse. De manier waarop hij zijn studenten daarin toespreekt, is prachtig:

It is not my purpose to “transfer knowledge” to you that, subsequently, you can forget again. My purpose is no less than to effectuate in each of you a noticeable, irreversable change. [...] I mean, if 10 years from now, when you are doing something quick and dirty, you suddenly visualize that I am looking over your shoulders and say to yourself “Dijkstra would not have liked this.”, well, that would be enough immortality for me.

Zou het hem ooit gelukt zijn dit te bereiken bij zijn studenten? De komende weken zal ik in elk geval schuldbewust aan Dijkstra denken als ik een lompe brute-force-oplossing gebruik.


Oratie Mai Gehrke

In Nieuws, Quotes, door Ionica
13-03-2009

Gisteren was ik in Nijmegen bij de oratie van Mai Gehrke. Ze sprak natuurlijk over dualiteit, maar ook over wat wiskunde gemeen heeft met kunst – en vooral wat niet. Hoe kunst bijvoorbeeld universele gevoelens op een persoonlijke en intuïtieve manier verbeeldt, terwijl…

[...] Mathematics chooses the opposite path, opting for a language far removed from the complexities of everyday in order to allow a language with complete precision. This has its definite drawbacks for communication: it limits what you can say and especially who you can say it to, but it also has some advantages for communication: Among mathematicians, the content and nature of a piece of mathematics can be very precisely communicated. As an 18 years old female student of mathematics, I had the experience of stopping by the office of a much older male colleague of my adviser coming from a culture I have little understanding of while on summer holiday, and, within minutes, we could share deep and intricate aspects of a theorem and the beauty of its proof.

De complete tekst van de oratie is te downloaden op de homepage van Mai (pdf). De wiskundemeisjes feliciteren Mai van harte met haar aanstelling!


Over de liefde

In Leestip, Quotes, door Ionica
25-02-2009

Deze week bespreken we in mijn leesclub Over de liefde van Doeschka Meijsing. Tegen mijn verwachtingen in vond ik het een prachtig boek. En tot mijn grote verbazing kwam er ook wat wiskunde in voor. Meijsing bevestigt mooi de fascinatie van de buitenwereld voor zonderlinge genieën

‘Heb jij wel eens gehoord van het vermoeden van Poincaré?’ vroeg ik. ‘Wat houdt dat vermoeden in?’ Dit was toch een gespreksonderwerp van allure, meende ik.

‘Dat is wiskunde,’ zei Jason, ‘het heeft iets te maken met waarschijnlijkheidsrekening. Iets met een lasso om een bolvorm of zoiets, het is lang geleden op school dat ik ervan hoorde. Hoe kom je daar nu op?’

Ik haalde het krantenknipsel tevoorschijn dat meldde dat een zekere stinkende zonderling uit Rusland, een geniale wiskundige die sinds de ramp in Tsjernobyl niet meer in bad was geweest, niet was komen opdagen op de bijeenkomst van de International Mathematical Union in Madrid, waar hem de Fields Medal zou worden uitgereikt, de hoogste onderscheiding in de wiskunde. Hij had op een normale werkdag het pand van zijn instituut verlaten en was sindsdien onvindbaar verdwenen. De prijs was hem toegekend voor het bewijs van een hypothese uit 1904 van Poincaré, die onder de geheimzinnige naam het vermoeden van Poincaré de geschiedenis was in gegaan. Het veertigjarige genie uit Rusland, Grigori Perelman, had acht jaar ongewassen aan zijn moeders keukentafel nodig gehad om te bewijzen dat Poincaré gelijk had. Perelman, die in het krantenartikel obligaat het woord Raspoetinachtig kreeg opgeplakt, had geen interesse voor de prijs van één miljoen dollar, waarmee hij zijn moeder een bad cadeau had kunnen doen, wat in het algemeen, al zou je het niet zeggen, het geluksniveau van de mensen bevorderde. Perelman vond dat de keukentafel van zijn moeder goed dienst had gedaan en verdween in de oneindig zingende bossen van Rusland. Alles in het berichtje in de krant had me verrukt.

Waarschijnlijk las Meijsing in 2006 dit bericht of iets dat erop leek. Perelman en het vermoeden van Poincaré duiken nog regelmatig op in de rest van de roman.


21-12-2008

In het Nieuw Archief van deze maand staat een mooi artikel Lof der lezing over hoe je moet luisteren naar een wiskundige voordracht. Het is een vertaling van In Praise of Lectures van Tom Körner. Een klein citaat uit het origineel.

What should you do if you get lost?

The first and most important thing is to remember that most mathematicians are lost most of the time during lectures. (If you do not believe me, ask around.) Attending a mathematics lecture is like walking through a thunderstorm at night. Most of the time you are lost, wet and miserable but at rare intervals there is a flash of lightening and the whole countryside is lit up.

Iets moois om te lezen dus voor onder de kerstboom (nadat jullie klaar zijn met het kijken van N is a number). We hebben trouwens ook een speciaal cadeautje voor jullie op kerstavond!


16-11-2008

Gisteren stond in De Volkskrant een mooi interview met Ahmed Aboutaleb door Steffie Kouters. De jonge Ahmed was een heuse (wat wereldvreemde) wiskundejongen.

`Ik vond het zo raar dat die jongens buiten op het plein kostbare tijd aan het verspelen waren, terwijl er binnen nog zo veel wiskundesommetjes op te lossen vielen.’
En die andere jongens zeiden: nou nou… Hij onderbreekt: `O, ik was heel raar. Ik was helemaal niet van deze wereld.’
Je maakt jezelf zo niet populair op school. `Maar ik had die behoefte ook niet. Dat groepsgevoel heb ik nooit gehad. Ik vond niet dat ik bij hen moest passen, ik vond dat ze bij mij moesten passen. `Kom lekker wiskundesommetjes maken’, dacht ik. `Je moet bezig zijn met je toekomst.”